5 oktober 2020 Door Jade 0

Horrormoon

Walging. Dat was wat ik zag als ik in de spiegel keek. Met ogen die niet konden verdragen wat ze zagen. Een lijf wat ooit zo geworsteld had met anorexia. Wat altijd slank was tot na de eerste bevalling.
Toen bleek de schildklier ineens niet goed en bleek ik kwade cellen te hebben in mn baarmoederhals.
Op en neer ging het gewicht. Maar gaandeweg en zeker na de laatste zwangerschap en meerdere behandelingen tegen een voorstadium van baarmoederhalskanker inclusief hormoontherapie…bleef de teller oplopen.
Bleef mijn lijf doen wat ze wou. Weinig eten. Veel eten. Heb alles gedaan en alles geprobeerd. Maar de weegschaal bleef mijn vijand en mijn spiegelbeeld een vreemde die ik niet wou kennen.
Wanneer had ik het licht in mijn ogen gedoofd? Wanneer ben ik zo oppervlakkig gaan kijken naar mezelf? Wanneer is de walging en schaamte naar mezelf gestart en kon ik niet meer waarderen wie en hoe ik was?
Na jaren van vernederingen. Na jaren van geworstel in een relatie. Jaren van voelen dat er wat mis was met mn lijf. Na jaren van dokters die niet wisten waar te zoeken. Niks konden vinden. Niet luisterden. Kwam ik vorig jaar terecht bij een internist die eindelijk luisterde en heil zag om mijn hormonen te bestuderen. Daar kwam wat uit wat voor nader onderzoek naar de gyneacoloog moest.
En vandaag. Eindelijk. Na jaren van verdriet. Van woede. Van schaamte. Bleek mijn gevoel juist te zijn. Niet mijn eetpatroon was de reden. Niet mijn manier van bewegen. Maar de ellendige hormonen speelden hun eigen, ongecontroleerde leven!
De stemmingswisselingen. Het vocht vasthouden. De ongewenste haargroei. De zweetaanvallen en slapeloosheid. De vermoeidheid. Het soms niks kunnen hebben. En vooral de onregelmatige cyclus en heftige bloedverlies konden worden verklaard als syndroom.
Nu starten met behandeling. En hopelijk dat mijn humeur en stemming en gewicht dan beter worden.
En ondanks dat ik de afgelopen tijd erin geïnvesteerd heb om van mezelf te gaan houden. Mezelf ook waardevol te vinden ben ik nu even niet blij.
Want weer moet ik vechten tegen iets wat buiten mijn schuld om is. Weer moet ik loslaten terwijl ik zo graag wil dat iemand me even vasthoudt en zegt dat het goed komt.
Weer iets waarmee ik eerder geholpen had kunnen worden als er eerder gewoon geluisterd was.
Maar ook weer iets om te accepteren. En laat dat nou net niet mijn sterkste kant zijn om iets te accepteren van mezelf wat ik niet makkelijk kan veranderen. Want degene die mij het hardste veroordeeld.
Ben ik zelf.